De rassen die deelnemen aan onze tentoonstelling vallen onder de volgende secties.


Oosterse rassen
Lhasa Apso

Uit Tibet afkomstige, geharde hond die binnenshuis als waakhond en gezelschapshond werd gehouden.
Kleine, overvloedig behaarde hond, iets langer dan hoog, met een hooghartige uitstraling. Vlot, kwiek gangwerk.

Shih Tzu

Hondjes uit boeddhistische tempels (kleine “leeuwen” uitbeeldend, begeleiders van Boeddha), die zeer geliefd waren aan het Chinese hof, waar het fokken op schoonheid op hoog niveau werd beoefend. Daar kreeg het ras de bijnaam “hond met chrysantengezicht”.
Kleine, ook aan het hoofd overvloedig behaarde hond, langer dan hoog. Uit zijn houding spreekt voornaamheid en arrogantie, uit de ogen warmte en vriendelijkheid. Vloeiend gangwerk met krachtige achterhandbeweging, waarbij de voetzool geheel te zien is.

Tibetaanse Spaniel

Oud ras uit Tibet, levend in de kloosters. Tevens bij alle lagen van de samenleving geliefd als gezelschapshond en als waakhond, die vanuit een hoge positie de verre omtrek in de peiling hield en met schel geblaf onraad aankondigde. Nog steeds zitten Tibetaanse Spaniëls graag hoog op de uitkijk.
Klein, lichaamsbouw langer dan hoog, met een actieve en alerte uitstraling.

Tibetaanse Terrier

Oud ras uit Tibet, werkzaam als veedrijver bij boeren en veehoeders. Niettegenstaande zijn naam dus geen terriër, maar een herdershond.
Middelgrote, langharige, robuuste hond met een vastberaden uitdrukking van onder de beharing die het hoofd bedekt.

Pekingees

Chinees ras dat aan het hof in hoog aanzien stond, voor westerlingen onbereikbaar, tot de Engelsen in 1860 een paar exemplaren buit maakten bij de verovering van het Keizerlijke Paleis in Peking. Sindsdien in Engeland en de rest van de wereld een geliefde gezelschapshond.
Klein, maar bij het optillen onverwacht zwaar aanvoelend, vanwege het stevige lichaam met zwaar bot. Leeuwachtig uiterlijk, grote waardigheid uitstralend. Typisch rollend gangwerk.